De das (Meles meles) is familie van de marterachtigen. Andere soorten van deze familie, die in Haspengouw voorkomen, zijn de Bunzing (Mustela putorius), de Steenmarter (Martes fiona), de Wezel (Mustela nivalis) en de Hermelijn (Mustela erminea).
Een Das is gemakkelijk te herkennen aan zijn opvallende zwart-witte koptekening. De tekening is bij elk dier anders. Op deze manier kan je de dieren van elkaar onderscheiden. Je kan de koptekening dus vergelijken met onze vingerafdrukken.
Typisch voor de Das is zijn gedrongen gestalte. Het is een zwaar, stevig dier met een breed en gespierd lijf. Hij heeft korte krachtige pootjes, die elk voorzien zijn van vijf tenen met zeer lange klauwen. Deze klauwen gebruikt de Das om zijn dassenburcht mee te graven.
De vacht van de Das is zeer dik en bestaat uit stijve haren die zwart met wit en bruin gekleurd zijn.
De Das is een stil en schuw dier dat voornamelijk ’s nachts actief is. Dassen leven gezellig in familieverband. Het hol van de Das noemen we een dassenburcht. Zo een dassenburcht, waarin gemiddeld een twaalftal dieren leven, is opgebouwd uit een hoofdburcht, een bijburcht en enkele vluchtpijpen. De burcht vormt een netwerk van ondergrondse gangen en kamers, verspreidt over meerdere etages
Dassenburchten, die we voornamelijk terugvinden in de holle wegen, graften en hellingbossen van Haspengouw, kunnen gemakkelijk een doormeter van 20 à 30 meter hebben. Een dassenburcht kan meerdere eeuwen oud zijn en over meer dan 20 uitgangen beschikken. Vijf meter diep in de burcht ligt de eigenlijke woning of ‘ketel’. Het is een ruime, 60 cm hoge kamer, die met droog gras, stro, bladeren, mos en varens bekleed is. Regelmatig worden deze kamers ververst omdat Dassen proper zijn op hun burcht.
Bij belangrijke in- en uitgangen laat de Das diepe sporen na, die in het bos overgaan in duidelijk zichtbare dassenwissels