|
Discipline landschap Munsterbos
-
Afbakening van het studiegebied
De landschapsstudie gebeurt op micro-, meso- en macroniveau. ln eerste instantie wordt het gebied gesitueerd in de landschappelijke hoofdstructuren van de ruime omgeving, verder “macroniveau'' genoemd. Landschapshistorische effecten en landschappelijke opbouw van het projectgebied en ruime omgeving situeren zich op mesoniveau, terwijl de landschapsvisuele effecten van het projectgebied en zijn onmiddellijke omgeving op microniveau besproken worden (inpasbaarheid van het project in zijn nabije omgeving, wijziging van de zichtbaarheid vanuit deze omgeving)
beschrijving van de referentiesituatie
Met het oog op het verkrijgen van een goed inzicht in het landschap van het studiegebied wordt het in eerste instantie gesitueerd in de landschappelijke hoofdstructuren van de ruime omgeving, het zogenaamde ''macrolandschap'', volgens de benadering van de traditionele landschappen42.
Het projectgebied en zijn ruime omgeving worden op mesoniveau landschapshistorisch onderzocht aan de hand van een tijdreeks van historische kaarten. Als studiegebied op deze schaal werd een rechthoek van ongeveer 2. 6 km op 3 km gekozen (figuur 3. 9 - 3. J 4, 8. J 6). Van de Ferrariskaart wordt een groter gebied voorgesteld (kleinere schaal) om de fouten op deze kaart te illustreren.
Op microniveau wordt de visueel-landschappelijke opbouw beschreven en voorgesteld op een composietkaart43 . Bovendien wordt een landschappelijke synthese op microniveau doorgevoerd.
2. Landschappelijke situering (macroniveau)
Het projectgebied is gelegen op de zuidwestelijke rand van het Kempens Plateau. Deze steilrand, met een hoogteverschil van 20 tot 80 meter, is NW-ZO georiënteerd en vormt de scheiding tussen 2 landsystemen uit de traditionele landschapsindeling. met name het 'Demerland' en het 'Limburgs heide- en bosgebied' . Het Demerland maakt deel uit van de landregio ‘Zuiderkempen' en het Limburgs heide- en bosgebied behoort tot de landregio 'Kempens Plateau' (zie figuur 8. 7)
 |