NATUURPUNT ZUIDOOST LIMBURG

Wijngaardbos en Demerbronnen

Geschiedenis : We kunnen zeggen dat gedurende de laatste 230 jaar het Wijngaardbos en de Demerbronnen gekenmerkt kunnen worden als een relatief kleinschalig gebied met een groot aandeel aan graslanden en verspreid een aantal oude bosgebieden op steile hellingen en zeer natte plaatsen in de valleien. Pas recent is hierin verandering ontstaan en bestaat het gebied uit verlaten graslanden, ruigten, bossen en populierenplantages.

Fauna : Het voorkomen van de das (Meles meles) in het gebied is bekend. De Demervallei en haar zijbekken bieden voor deze aandachtsoort een goed leefgebied en een veilige migratieweg. In het wijngaardbos bevinden zich al jaren meerdere bewoonde dassenburchten
Interessant is ook de aanwezigheid van de steenmarter (Martes foina) en de eikelmuis (Eliomys quercinus) in het gebied. Voorts werden aan de hand van zichtwaarnemingen volgende soorten vastgesteld : egel (Erinaceus europaeus), haas (Lepus europaeus), konijn (Oryctolagus cuniculus), eekhoorn (Sciurus vulgaris), rosse woelmuis (Clethrionomys glareolus), dwergmuis (Micromys minutus), wezel (Mustela nivalis), hermelijn (Mustela erminea), bunzing (Putorius putorius) en vos (Vulpes vulpes). Het Wijngaardbos is eveneens een uitstekend leefgebied voor de ree (Capreolus capreolus).
Het Wijngaardbos en de Demerbronnen zijn slechts enkele kilometers verwijderd van de mergelgrotten op het grondgebied Riemst, die zeer bekend zijn als winterverblijfplaats voor vleermuizen. De valleien en de bossen vormen met hun hoog aantal insecten een uitstekend foerageergebied voor deze gevleugelde zoogdieren.
Het gevarieerde landschap met hoge dichtheden aan insecten en kleine zoogdieren trekt uiteraard roofvogels aan. Maar liefst zes broedende soorten in het gebied : ransuil (Asio otus), steenuil(Athene noctua), bosuil (Strix aluco), torenvalk (Falco Tinnunculus), Wespendief (Pernis apivorus) en buizerd (Buteo buteo). De kerkuil (Tyto alba) broedt in de onmiddellijke omgeving en jaagt vaak in de valleien.
Nog vaak geziene vogels zijn kramsvogels (Turdus pilaris) en geelgorzen (Emberiza citrinella), maar ook bosrietzanger (Acrocephalus Palustris), sprinkhaanzanger (Locustella naevia), braamsluiper (Sylvia curruca), grasmus (Sylvia communis) en koekoek (Cuculus canorus) vinden we er terug.

backVerder